Boter bij de vis


WOI op ’t erf: boerderijen op en achter de frontlinie

De meerderheid van de boerderijen in België lag tijdens de Eerste Wereldoorlog in bezet gebied. Daarnaast had een beperkt aantal hoeves het geluk om achter de frontzone te liggen, in het onbezette België. Maar de zwaarst getroffen hoeves en landbouwbedrijven waren zij die volledig in het frontgebied en de oorlogszone lagen. Een brede strook van Nieuwpoort via Ieper tot Mesen werd volledig verwoest. In dit gebied vernielden bombardementen talrijke boerderijen. De hier nog overgebleven hoeves werden ingenomen door de Duitse of geallieerde legers. In dit verhaal – dat tot stand kwam binnen het kader van het project WOI op ’t Erf – belichten we enkele boerderijen op en achter het front tijdens de oorlog.

Door Brecht Demasure

1. ’t Lindebos in Wijtschate: van omwoelde aarde en bomputten naar boerderij-hoeveslagerij

Voor de oorlog was ’t Lindebos naast een boerderij ook een herberg waar passanten vertier zochten. Kaart- en balspelen brachten amusement en verzachtten het harde leven. Aan het begin van de oorlog, voor september 1914, vluchtten Rene Lottegier en Irma Decommer samen met hun dochtertje Madeleine weg uit Wijtschate. Ze lieten de boerderij en het merendeel van hun bezittingen achter. Ze trokken naar het zuiden van Frankrijk tot bij de Spaanse grens waar ze werkten als arbeiders. Hier bleven ze tot de oorlog eindigde.

De hoeve ’t Lindebos in Wijtschate (nu een boerderij-hoeveslagerij) had het ongeluk om op de strategische Ieperboog (heuvelrug) te liggen. Vanop de heuvelrug observeerden militairen een groot gebied. Maar alleen op Wijtschate konden ze naast Ieper ook gans het gebied ten westen ervan overzien. Vandaar dat de Duitsers Wijtschate uitbouwden tot een vesting. De Duitsers bleven meer dan tweeënhalf jaar op de strategische hoogtes. De omgeving kreeg het zwaar te verduren. Vooral tijdens de Slag om Mesen van 7 juni 1917 werden vele gebouwen grotendeels tot puin herleid. Ook de hoeve-herberg werd volledig vernield. In 1919 keerde Rene Lottegier huiswaarts om aan de heropbouw te beginnen. Zijn vrouw en ondertussen twee kinderen kwamen een half jaar later terug.

Honderd jaar en vier generaties familiale landbouw later was van de wederopbouwboerderij weinig te merken. Het is opvallend hoe vandaag nog de natuur de sporen draagt van het verleden. In de dichte omgeving van het Lindebos, tegen de flanken van de Huikerbossen, is nog een Duitse bunker uit eind 1915 of begin 1916 terug te vinden. De bunker werd later veroverd en gebruikt door de Britten. In een weide onder de grond – 10 meter diep – lag ook een 50 meter lange tunnel waar Britse soldaten in schuilden. Het was een Engelse slaapplaats met 250 bedden. In de weide is momenteel enkel de toegang zichtbaar. De tunnel staat vol water. Klik hier voor meer info.

Herberg 't Lindebosch
Aan het begin van de oorlog was ’t Lindebos een boerderij-herberg.

Bunker 't Lindebos
 In de omgeving van ’t Lindebos is een bunker uit de Eerste Wereldoorlog bewaard gebleven.

2. De Torrele in Wulpen: bevoorradingszone

Landbouwers in onbezet België produceerden voedsel zowel voor de bevolking als voor de geallieerde legers. Rondom de boerderij De Torrele in Wulpen – nu bij Koksijde – lagen eenheden van verschillende legerdivisies die op geregelde basis naar het front trokken. Op luchtfoto’s uit die periode zijn enkele kampementen in de omgeving te zien. Die dienden als rustplek voor de soldaten. Vermoedelijk kochten de soldaten producten op de boerderij en hielpen ze met de oogst. In de regio waren relatief weinig oorlogsactiviteiten. Toch was de oorlog elke dag aanwezig. De bombardementen aan het front waren immers tot kilometers ver te horen.

3. Het Warandehof (Gijverinkhove): trainingszone met barakken en oefenloopgraven

Hoewel er in Gijverinkhove – nu een deelgemeente van Alveringem – 25 burgerslachtoffers vielen, genoot het dorp van een relatieve rust tijdens de Groote Oorlog. Boerderij Het Warandehof, gelegen in de Elzendammestraat, heette in die periode Warande. Op luchtfoto’s is ze goed herkenbaar omdat de huiskavel aan twee zijden omzoomd is door een open gracht en aan de derde zijde nog halfopen is. Vandaar kwam trouwens de naamgeving ‘warande’ die staat voor een omsloten tuin – in dit geval door een gracht. Op oude stafkaarten was de hoeve duidelijk herkenbaar ingetekend met rondom een gracht. De boerderij lag zowat 150 meter van de straat af.

Op een van de percelen van het bedrijf werden tijdens de oorlog barakkenkampen voor paarden van het Belgisch leger opgetrokken. Nu zijn daar nog veel meer dan op andere plaatsen hoefijzers terug te vinden. Daarnaast bevonden zich oefenloopgraven in de straat vlakbij de hoeve. Dit waren typische stelsels die aangelegd worden om soldaten voor te bereiden op specifieke acties in de loopgraven of ze vertrouwd te maken met nieuwe tactieken en oefeningen. Dit stelsel was vrij bijzonder omdat het toch wel uitgestrekt is en honderden meters loopgraven bevat.

Warandehof
In onbezet België werden oefenloopgraven aangelegd om de soldaten te trainen op echte oorlogssituaties. © Gemeente Alveringem/Leo Bonte

4. Den Overdraght in Poperinge: rustkamp Breda Farm

Den Overdraght droeg tijdens de Eerste Wereldoorlog de naam Breda Farm. Het was een Engelse naam omdat in de omgeving van Poperinge vooral Engelstalige soldaten verbleven. Soldaten noemden de hoeve ook wel ‘G-Camp’ wat gemakkelijker te onthouden was. ‘G-Camp’ was de plaatsaanduiding. Zo was er ook het A-Camp, B-Camp, C-Camp … Dit omdat voor buitenlandse soldaten de Vlaamse namen van de hofstedes vaak te moeilijk waren. Net zoals een aantal andere boerderijen in de buurt was het een rustkamp voor soldaten. Na enkele dagen trokken de soldaten terug naar het front.

Op een Duitse plattegrond van 12 april 1918 waren naast de hoevegebouwen vlakken getekend. Die wezen op de aanwezigheid van barakken. Een Britse luchtfoto van 6 januari 1918, bewaard in het Imperial War Museum, bevestigde dit. Daarnaast waren er twee luchtfoto’s van 2 mei 1918 en 31 juli 1918 waarop de loopgraven zichtbaar zijn. De loopgraven werden voordien aangelegd, tussen 12 april en 2 mei. Dit kaderde in het offensief rond de Kemmelberg van april 1918 waardoor in de ruime regio veel loopgraven werden aangelegd.

Over het leven op de boerderij tijdens de oorlog is weinig gekend. De toenmalige eigenaar was een voerman-landbouwer, een zekere Soenen. Kort na de oorlog (1922) kwam Maurits Louwagie, de grootvader van de huidige eigenaar, naar de hoeve. Tijdens de oorlog was de jonge Maurits, toen werkzaam op een andere hoeve, opgeroepen voor het Belgische leger. Omdat hij boerenzoon was, moest hij zorgen voor de voedselbevoorrading met paard en kar.

Er is een fragment teruggevonden van een officier die met zijn compagnie verbleef in G-Camp. Het ging om de eenheid van John Gamble, het 14th Durham Light Infantry (14 DLI). Over het verblijf zelf is weinig bekend, enkel dat het gezelschap veel plezier beleefde in Poperinge. Diezelfde officier sneuvelde enkele weken later en werd begraven op het Lyssenthoek Cemetery, aan de andere kant van Poperinge.

Den OverdraghtIn de omgeving van Poperinge waren er veel rustplaatsen voor Engelse soldaten. Datum kaart: 7 juli 1918. © Imperial War Museum, Londen

5. Het Torenhof in Vlamertinge: gebied voor kampementen

In 1914 werd deze hoeve bewoond door de familie Rommens. Na de oorlog begon de familie Derycke hier te boeren. Tijdens WOI werd deze hoeve door de geallieerden ‘Rome Farm’ genoemd, wellicht een naamsverbastering van de toenmalige bewoner. In de weiden en akkers rond de hoeve verbleven veel soldaten, zoals zichtbaar is op de beschikbare luchtfoto’s. Nu heet de hoeve ‘Torenhof’, verwijzend naar de laatmiddeleeuwse naam ‘Torreken’. Het huidige woonhuis is gebouwd op restanten van het woonhuis van voor WOI. Dit is nog altijd zichtbaar, vooral aan de zijgevel van het huis. Momenteel woont hier de vierde generatie Derycke.

Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog was de boerderij niet vrij van het oorlogsgeweld. Op de dag van de bevrijding – op die plaats 6 september 1944 – viel er één van de brisant-obussen die het terugtrekkende Duitse leger nog afvuurde op het woonhuis. Verbazingwekkend bleef de schade beperkt. Slechts enkele grazende koeien werden gekwetst.

6. Beauvoordse Walhoeve (Veurne): bedrijvigheid achter het front

De boerderij van de familie Deeren lag langs het kanaal tussen de IJzer en Nieuwpoort. Dit kanaal was de tweede verdedigingslijn, als de gevechten aan de IJzer zouden mis lopen. Op de weiden en akkers naast de hoeve waren versperringen met prikkeldraad aangebracht en oefenloopgraven aangelegd. Door de vele trainingen op de weiden, de verschillende munitiedepots bij de buren en een loods voor een Zeppelin was er heel wat bedrijvigheid rond de boerderij.

De boerderij die later de naam ‘Beauvoordse Walhoeve’ zou krijgen, specialiseerde zich in melk- en kaasbereiding. Tijdens de oorlog was melkvee fel gegeerd. De prijzen van melk, boter en kaas stegen spectaculair, ook in onbezet België. De bereide boter op de hoeve werd verkocht op de nabijgelegen markt te Veurne. Net zoals in bezet gebied, waren de prijzen afgestemd op het watergehalte in de boter. Naast boter was kaas een gegeerd product tijdens de Eerste Wereldoorlog. De kaasbereiding in onbezet gebied beleefde als huisnijverheid een periode van bloei. Toch was het niet altijd eenvoudig: door de omstandigheden beschikte men niet over kwaliteitsvol stremsel.

Beauvoordse WalhoeveRechtsboven is de Beauvoordse Walhoeve te zien, gesitueerd langs de Lovaart. © Koninklijk Legermuseum

7. Bibliografie

  • Informatie aangeleverd door de betrokken landbouwers bij het project WOI op 't erf.
  • Demasure B., Boter bij de vis. Landbouw en voeding tijdens de Eerste Wereldoorlog, Leuven, 2014